Hoe ziet een herma eruit op chromosoom-niveau?
Grtz Miss_J
[/quote]
Hahaha...Miss, ...Jij dacht: we zullen hem voor de leeuwen gooien. En gelijk heb je !
Om eerlijk te veredelen hoef je geen genetisch wonder te zijn. Veredelen door selectie is in feite de meest simpele en meest betrouwbare weg. Maar je weet dat mensen altijd naar wegen zoeken om moeder natuur te foppen en sneller tot het gewenste resultaat te komen. Zo ook met onze plantjes ! En daar ging nogal wat aan vooraf. Toen er eenmaal met Colchicine gewerkt werd was het hek van de dam ! ook ik probeerde het, maar het is een link goedje. Maar goed, eerst maar zo simpel mogelijk je vragen beantwoorden voordat ik hier een partij wetenschappenlijk materiaal neerzet. Alle multiploiden hebben een grotere kans op hermaneigingen...dát staat intussen vast. Degenen die veredelen, en vooral degenen die proberen vrouwelijk
zaad te kweken, komen daar zichzelf tegen en met vervrouwelijkt
zaad te zitten. Als je namelijk niet uitgaat van een zuivere XX plant ( wat al een mutatie is !) kom je er niet zomaar. De clou is namelijk om een zuiver( dus een ware XX) vrouwelijke plant zó van de kluts te brengen dat ze spontaan een aantal mannelijke bloemen aanmaakt. Deze mannelijke bloemen mogen niet begiftigd zijn met de factor herma. Maar een cannabisplant heeft van nature een factor herma ( dus een aanhangende y) in zich verscholen zitten om in noodsituaties zélf
stuifmeel aan te maken en zichzelf daarmee te
bevruchten,...uit pure voortplantingsdrift. Nu is het dus zaak om een
vrouw te vinden die zó sterk XX is ( dus liefst een mutatie) dat ze niet zomaar ff door wat stress herma neigingen krijgt.
Indica's hebben daar minder last van dan
Sativa's. Het is vervolgens dus zaak om die zuivere XX zó te bewerken (wat ik met Gibberellic Acid doe) dat ze de kluts kwijtraakt en spontaan mannenbloemen aanmaakt die genetisch XX
stuifmeel voortbrengen.
Dat er aan dat
stuifmeel ook weer een factor y gebonden zit is me ook duidelijk geworden maar van minder belang als je het
zaad gebruikt om af te
bloeien i.p.v. mee verder te kweken. Zonder vals
licht en shock toestanden zijn ze heel prima en hebben veel voordelen.
Maar goed... de aanhangende y moet zo mogelijk uitgeschakeld worden. Dus een XXy, wat de meeste zijn, is knudde om vrouwelijk
zaad mee te kweken, want daar speelt de aanhangende y ( de herma factor) een té grote rol. Nu dacht ik vroeger ( toen ik tóch al vrouwelijk
zaad had !) dat ik er met m'n gevonden mutatie die 100% XX toonde (omdat ze met geen mogelijkheid tot herma gedrag aan te zetten was) , er wel was.
Maar nee....omdat ik haar (of haar
stekken) welliswaar kon behandelen met gibberellic en haar tot mannenbloemen produceren kon aanzetten...was ik in één stap weer "thuis" toen er iets tot me doordrong !
Ze was sterk, mooi gebouwd, gaf een rijke oogst,etc.etc.. Maar verdomme...een mooie witte weed was het niet ! Dus...ging ik met het geproduceerde
stuifmeel van haar, witte soorten
bevruchten, waar ik dan ook prima vrouwelijk
zaad door kreeg. Maar snij één
stek van zo'n plant die daar uitkwam en je zou verbaast zijn hoe herma gevoelig die waren. Dus ik kan vrouwelijk
zaad maken ( 100%), maar dát
zaad is meteen al weer herma gevoelig. Het lullige is dat er maar heel weinig soorten weed zijn die de factor y zo diep weg hebben zitten, zodat ik erg moet oppassen met selecteren. Deze know-how zal me in toekomst in elk geval erg goed van pas komen. Als ik weer vrouwelijk
zaad op de markt breng....zal het verdomme perfect zijn !
In vroegere dagen heb ik ook met colchicine gewerkt om polyploide,diploide en triploide..etc.etc planten te verkrijgen. Daar gebeurden echter dingen met de planten die niet normaal waren. Sommigen waren gewoon gehandicapte miskukels door dat spul. Je moest het treffen om er één te vinden die alle goede eigenschappen aan zich gebonden had gekregen. Dat was dus een soort gokspel met zwaar gif ook nog eens. Wat de Gibberellic aangaat ligt dat anders, dat is een natuurlijke stof die tot hormoonaanmaak aanzet.
Dr. Alink ( toxicoloog in Wageningen) gaf me op papier dat ik er veilig mee kon werken.Maar ja, door de colchicine is er wel kennis opgedaan en het is tenslotte wel zo dat de colchicine voor de hoge waarden cannabinoïden heeft gezorgd die sommige van onze geliefde planten erfelijk meedragen. Dus eerst wat uitleg daarover om een deel van je vragen al beantwoord te krijgen. Wat die colchicine aangaat dus het volgende :In de plantenveredeling wordt colchicine gebruikt voor het kunstmatig verdubbelen van het aantal
chromosomen. Het is een zogenaamde mitose-remstof, die bij de celdeling de overgang van de metafase naar de anafase verhindert, waardoor de vorming van de spoelfiguur geblokkeerd wordt en de
chromosomen niet uit elkaar getrokken kunnen worden. Door behandeling met colchicine werden vooral in het verleden tetraploïde planten ontwikkeld. Ook Cannabis
Sativa bleek bij toepassing van colchicine polyploïde te worden en daarmee een veel sterkere hallucinogene werking te krijgen , een variant die in Nederland bekend is geworden onder de 'kwaliteitsaanduiding' skunk.( voor velen althans want de eerste skunk die er was waren buitenplanten uit Afghaan
zaad die verschrikkelijk stonken en daardoor de naam skunk meekregen) Colchicine extract werd voor het eerst beschreven als een middel tegen jicht in De Materia Medica door de farmacoloog Padanius Dioscorides in de eerste eeuw na Christus. Colchicine werd voor het eerst geïsoleerd in 1820 door de twee franse chemici P.S. Pelletier and J. Caventon. In 1883 bracht Simon Zeisel opheldering omtrent de chemische structuur. Tetraploïde planten zijn vaak groter en door de mens vaak geselecteerd, zoals Durum, Emmertarwe, tetraploïd Engels raaigras en tetraploïd Italiaans raaigras. Ook komen bij koolsoorten tetraploïden voor in de vorm van allotetraploïden. Tetraploïde cellen zijn veelal ontstaan door verdubbeling van diploïde cellen. Dit kan zowel op natuurlijke als kunstmatige wijze gebeuren. Vaak wordt een colchicinebehandeling gebruikt voor het maken van kustmatige tetraploïden.
De chemische structuur van cochicine is : Molecuulformule C22H25NO6
IUPAC (S)-N-(5,6,7,9-tetrahydro-1,2,3,10-tetramethoxy-9-oxo-benzo[a]heptalen-7-yl)acetamide
Beschrijving bleekgele kristallen of poeder
T+ Zeer toxisch: stoffen en preparaten waarvan reeds een zeer geringe hoeveelheid bij inademing of opneming via de mond of via de huid acute of chronische aandoeningen en zelfs de dood kan veroorzaken.
********************************************************************************
********
Plantenveredeling op zich richt zich op het veranderen van het erfelijk materiaal van planten en omvat het totaal van de inspanningen die erop gericht is dat voor de bodemproductie steeds betere rassen beschikbaar komen.
Onder plantenveredeling valt enerzijds het kweken van nieuwe rassen en anderzijds de bestudering van de grondslagen waarop het kweken berust en van de middelen waardoor het kweken wordt bevorderd.
Een plant heeft namelijk een combinatie van goede en slechte eigenschappen. Plantenveredeling probeert zoveel mogelijk goede eigenschappen in één plant te verenigen. Hiertoe worden kruisingen tussen planten gemaakt en wordt geprobeerd om nakomelingen te verkrijgen die beter presteren dan de bestaande rassen, o.a. op het gebied van kwaliteit, opbrengst en gevoeligheid voor ziekten.
Maar SpeesCees vind de klassieke veredeling meestal een te langdurig proces, want de duur van de hele cyclus van kruising tot introductie van een nieuw ras, heeft acht tot tien jaar nodig.
Dus tja....naast de klassieke veredeling wordt tegenwoordig voor het sneller verkrijgen van resultaten ook gebruikgemaakt van biotechnologie.
De gemiddelde plantenveredelaar past voor het maken van betere rassen de kennis uit verschillende vakgebieden toe, zoals erfelijkheidsleer (genetica), plantenziektenkunde, wiskundige statistiek, genetische manipulatie, enz., maar ook praktijkervaring.
De
meiose of reductiedeling is een tweeledig delingsproces dat voortplantingscellen produceert: namelijk eicellen en zaadcellen/stuifmeelkorrels. De homologe chromosomenparen zullen daardoor niet meer samen voorkomen in de moedercel. Wat genetisch van vader en van moeder is zal volgens toeval over de dochtercellen verdeeld worden
De moedercel is diploïd en bevat homologe
chromosomen. De dochtercellen bevatten slechts 1 chromosoom van elk homoloog paar en worden haploïd genoemd.
Polyploïdie is het verschijnsel dat er in de celkern van een chromosoom vele exemplaren aanwezig zijn.
Organismen die zich geslachtelijk voortplanten hebben veelal één set
chromosomen van hun vader en één set
chromosomen van hun moeder ontvangen. De
chromosomen horen twee aan twee bij elkaar omdat ze dezelfde genen bevatten maar zijn niet helemaal identiek (genen kunnen voor verschillende allelen coderen). Deze toestand noemt men diploïde. Ei- en zaadcellen zijn haploïde, dat wil zeggen bevatten maar één exemplaar van ieder chromosoom. Bij versmelting ontstaat dan weer een diploïde nieuw individu.
Nu zijn er veel organismen (vooral gedomesticeerde planten) die in plaats van 2n
chromosomen, 3n, 4n, 6n of zelfs 8n
chromosomen per cel bevatten. Bij mensen en de meeste dieren zijn dergelijke mutaties dodelijk, maar bij planten leiden ze vaak tot soorten met bijvoorbeeld grotere bloemen. Dit soort mutaties kunnen natuurlijk voorkomen maar ze kunnen ook artificieel (kunstmatig) aangebracht worden. Bijvoorbeeld door de stof colchicine. Daardoor verdubbelen de
chromosomen zich wel maar splitst de cel zich niet. Daardoor verdubbelt het aantal n.
In de plantkunde wordt autoploïde gebruikt voor een genoom waarbij alle
chromosomen van dezelfde herkomst zijn, van dezelfde plantensoort. Dit in tegenstelling tot alloploïde, waarbij niet alle
chromosomen van dezelfde herkomst zijn, dus een deel van de
chromosomen van de ene plantensoort, en een deel van een andere.
Een diploïde cel is een cel waarvan de celkern van elk chromosoom twee exemplaren bevat (behalve in geval van geslachtschromosomen). Elk gen zal dus ten minste tweemaal voorkomen. Een haploïde cel heeft van elk chromosoom slechts één exemplaar in de celkern.
Het menselijk lichaam bestaat grotendeels uit diploïde cellen, en heeft haploïde cellen alleen in de geslachtscellen. Na vereniging met een andere geslachtscel (als bijvoorbeeld een eicel wordt bevrucht door een spermacel) ontstaat dan weer een diploïde cel.
Voor planten ligt dit heel anders: er zijn haploïde, diploïde, triploïde, tetraploïde, etc planten, naar het aantal
chromosomen dat ze in elke cel hebben. ( daar ligt één antwoord op je vragen Miss !)
De cel is de kleinste eenheid, waaruit alle organismen of levende wezens met een eigen metabolisme zijn opgebouwd.
Alle planten en dieren maar ook
bacteriën en
schimmels bestaan dus uit cellen. De cel bestaat onder meer uit een celmembraan, het cytoplasma waarin bij hogere levensvormen dan
bacteriën een celkern en celorganellen aanwezig zijn. Er zijn ook levende wezens die slechts uit een cel bestaan: de eencelligen. Een plantaardige cel heeft naast de celmembraan ook een celwand, terwijl een dierlijke cel alleen door een celmembraan omgeven is.
Het komt er geloof ik wel op neer dat hermaneigingen (bij Cannabis) bij multiploiden vaker voorkomt.
Organismen hebben in zijn algemeenheid een dubbele set
chromosomen (2n
chromosomen): één set van elk van beide ouders. Zo'n organisme noemt men diploïd (2n
chromosomen). Een voortplantingscel (gameet) heeft slechts één set
chromosomen (1n
chromosomen), en dat heet haploïd. Er bestaan ook organismen waarvan de cellen meer dan twee sets
chromosomen hebben, zoals triploïde(3n), tetraploïde(4n), hexaploïde(6n) en octoploïde(8n) cellen. Dit noemt men polyploïd. Bij de gekweekte suikerbiet zijn er bijvoorbeeld naast diploïde ook triploïde rassen, de gekweekte aardappel is tetraploïd en de gekweekte aardbei octoploïd. Verder kunnen alloploïden en autoploïden onderscheiden worden. Alloploïden ontstaan doordat bij een soortskruising een verdubbeling van het aantal
chromosomen plaatsvindt. Autoploïden ontstaan door verdubbeling van het chromosoom aantal van een plant.
Tot slot nog dit : Wat de stuifmeelvorming aangaat : In de helmhokjes van de meeldraden vindt de vorming van stuifmeelkorrels (pollen) plaats. Bij de vorming van de meeldraad veranderen vier groepjes van meristematische cellen in vier stuifmeelkorrelmoederzakken (microsporangiën). Twee per helmhokje. Een pollenmoederzak bestaat uit voedingsweefsel (tapetum), waarbinnen de stuifmeelkorrelmoedercellen (microspore moedercellen) liggen, welke uitgroeien tot stuifmeelkorrels. Door
meiose ontstaan uit de microsporen eerst twee cellen (een dyade) en vervolgens een klompje van vier cellen (een tetrade). De cellen van de tetrade maken zich van elkaar los en vormen de haploïde microsporen. De buitenwand om deze microspore verdikt onder invloed van zowel het tapetum als de microspore tot de excine. Daarbinnen wordt door de microspore een binnenwand (intine) gevormd. Vervolgens deelt de microspore zich via een mitotische celdeling in tweeën, de generatieve cel en de vegetatieve kern. De vegetatieve kern groeit bij de
bestuiving uit tot de pollenbuis, waarna deze kern verdwijnt (degenereert).
Een diploïde cel is een cel waarvan de celkern van elk chromosoom twee exemplaren bevat (behalve in geval van geslachtschromosomen). Elk gen zal dus ten minste tweemaal voorkomen. Een haploïde cel heeft van elk chromosoom slechts één exemplaar in de celkern.
Het menselijk lichaam bestaat grotendeels uit diploïde cellen, en heeft haploïde cellen alleen in de geslachtscellen. Na vereniging met een andere geslachtscel (als bijvoorbeeld een eicel wordt bevrucht door een spermacel) ontstaat dan weer een diploïde cel.
Voor planten ligt dit heel anders: er zijn haploïde, diploïde, triploïde, tetraploïde, etc planten, naar het aantal
chromosomen dat ze in elke cel hebben.
In een triploïde cel komen in de celkern van elk chromosoom drie exemplaren voor (geslachtschromosomen uitgezonderd). Elk gen zal dus ten minste driemaal voorkomen.
Een bekende triploïde plant is de Cavendish dessertbanaan, een autotriploïde: deze is steriel en moet vegetatief vermeerderd worden.
Noot : De voor velen van ons bekende soort cannabis Santa Maria was ook bijna op het punt dat ze alleen nog vegatief vermeerderbaar was, al ging dat op een door de natuur geregiseerde manier. Het 20 jaar doorstekken heeft z'n tol gevragen. Probeer een zuivere Santa Maria maar eens te
bestuiven en je zult verbaast zijn dat ze maar een paar
zaden geeft vanuit een goed en vol ontwikkelde plant. In welke katogorie zo'n degeneratie thuis hoort weet ik echter niet. ( één van jullie misschien ?)
Nou....nu ff naar je vragen kijken want ik ben beslist afgedwaald.
Oh ja, die herma's : Een organisme heet
hermafrodiet als elk individu zowel de mannelijke als de vrouwelijke geslachtsorganen heeft, m.a.w. tweeslachtig is.
In de dierenwereld komt dit zelden voor, voorbeelden zijn
slakken en
regenwormen. In de plantenwereld is hermafrodie heel normaal: bloemen hebben zowel meeldraden (mannelijk) als een stamper (vrouwelijk).
Hoe het er met Cannabis voorstaat in wetenschappenlijk opzicht was en is voor mij een raadsel !
Dat er in de diepte een y vasthangt aan elke xx staat vast. Maar hoe er dat op papier in formule uit zou zien kwam ik nooit tegen. Wat ik wel weet is dat je het er niet uit kunt kweken...no way !
Ik ben "bang" dat nu de vragen pas echt los gaan barsten, maar dat neem ik dan maar voor lief.
Tenslotte zitten we hier in de "breeding"sectie...!
SpeesCees
www.nomercy.nl
For all you need to know....to grow.